Beveel deze website aan bij vrienden!
Printvriendelijke versie afdrukken
VSK contacteren!
Wordt lid van de Vlaamse Scholierenkoepel!

Nog 100 dagen school

Het feest van de 100 dagen (of in sommige scholen ook wel Chrysostomos genoemd) is vooral een feest voor de laatstejaars op school. Zij vieren dan dat ze nog 100 dagen te gaan hebben in hun middelbare school. Toch zijn ook veel leerlingenraden hierbij betrokken omdat de laatstejaars in de leerlingenraad dit mee organiseren. En eigenlijk heeft elke leerlingenraad hierover iets te zeggen omdat ook de andere leerlingen er plezier of last van ondervinden.

Laatstejaars merken dat er elk jaar minder toegelaten is op school. Dat is meestal zo omdat er in het verleden domme dingen gebeurd zijn op 100 dagen. In deze tips en tricks krijg je ideeën en tips om de 100 dagen te organiseren. Maar je vindt er ook informatie over afspraken die ervoor zorgen dat de 100 dagen een feest blijven voor iedereen. Dat is nodig als je deze leuke traditie wil behouden.

De oude traditie: speeches en versiering

Het feest van de 100 dagen of het feest van Chrysostomos (afkomstig van de heilige Chrysostomus) is ook het feest van de redenaars (= toespraken en speechen geven). Vroeger gaven de laatstejaars vooral grappige en kritische speeches over de school, de directeur en hun leerkrachten. Daarbij probeerden de leerlingen om elkaar te overtreffen met mooie en moeilijke woorden. Het was niet echt de bedoeling om leerkrachten belachelijk te maken maar wel om hen te bedanken.

Tegelijkertijd waren er laatstejaars die stiekem in de school binnendrongen om de school te versieren met slingers, spandoeken en ballonnen. Soms werd er een feestelijke stoet gehouden langs de klassen. Of er werd confetti gegooid naar de andere leerlingen.

Meer informatie over Chrysostomus vind je op http://student.vub.ac.be/~rloos/historie.htm
en http://nl.wikipedia.org/wiki/Johannes_Chrysostomus

Nieuwe tradities maar ook ‘smeerlapperij’

Tegenwoordig zijn de speeches in veel scholen veranderd in een show. Vaak maken ze de leerkrachten en de school belachelijk door bijvoorbeeld bepaalde gewoontes en situaties na te spelen. Een feestelijke stoet is er niet meer maar de laatstejaars trekken wel verkleed van klas naar klas om hun leerkrachten en medeleerlingen wat te plagen. ’s Ochtends is er soms een hindernissenparcours als onthaal voor de andere leerlingen.

De meeste laatstejaars krijgen nu ook een halve of een hele dag geen les. In de plaats daarvan doen ze in groep of met de klas en hun leerkrachten een ontspannende activiteit. ’s Avonds zijn er grote 100 dagen-fuiven.

Jammer genoeg gebeuren er ook heel wat dingen die niet eigenlijk niet meer leuk zijn. Leerkrachten worden persoonlijk zwart gemaakt voor de hele school: “Mevrouw Meert stinkt!” Leerlingen worden op weg naar school beklad met eieren, bloem, scheerschuim, haarverf (die niet meer uit de kleren gaat) en lookshampoo (niet echt origineel want gepikt van de studentendopen). Er zijn bestormingen van de schoolpoorten, vandalisme, inbraken en diefstal. Soms is dit als grap bedoeld (vb. de schoolpoort dichtlassen) maar vaak loopt het uit de hand en is er veel schade.

Resultaat:
- De school verbiedt heel wat activiteiten.
- De leerkrachten komen zelfs niet meer kijken naar de show.
- Andere leerlingen komen later of niet naar school om niet beklad te worden. Of ze zweren om volgend jaar nog veel erger wraak te nemen op de leerlingen die na hen komen.
- Ouders komen met klachten.
- De politie moet ingrijpen omdat het uit de hand loopt.
- Veel laatstejaars zijn zelf niet meer geïnteresseerd in de 100 dagen.
- …
- De 100 dagen wordt verboden en een leuke traditie verdwijnt.

Behoud de leuke tradities in plaats van de slechte!

Als je de 100 dagen wil blijven vieren, moet je vooral de leuke tradities behouden. Kies dus eerst welke tradities tof zijn voor de laatstejaars maar ook voor de medeleerlingen. Durf ook te stoppen met slechte tradities. Het is belachelijk om een vervelende traditie te blijven doen ‘omdat ze dit ook met jou gedaan hebben’. Dat wil niet zeggen dat je de medeleerlingen niet mag plagen. Het is aan jou om te beslissen wat nog grappig is en wat niet meer. Het volgende schema kan je hierbij helpen. Vul het schema samen in met de laatstejaars en ontdek zo jullie ideale 100 dagen.

Feestelijk

Ontspanning laastejaars

Grappig

Plagerijen

Pesterijen

Tradities

Slingers in de refter en op de speelplaats

Per klas gaan bowlen, …

Fuif

Show

Leerkrachten verkleed als kabouters

Hindernissenparcours als onthaal

Kleine grapjes over leerkrachten in de show

Leerkrachten in hun klas gaan ondervragen over hun eigen vak

Lookshampoo

Klaslokalen en boekentassen overhoop halen

Nieuwe ideeën

Als aandenken krijgen laatstejaars aftelkalender met 100 foto’s van de 100 dagen.

Grote taart met 100 kaarsjes

Samen ontbijten op school

Standbeeld op school aankleden

Wekkers verstoppen in de klaslokalen

Elke leerkracht krijgt 10 minuten een schaduw (iemand die zijn bewegingen perfect nadoet)

Op de deurklinken pissen

Hier is het schema alleen ingevuld als voorbeeld. Je moet dus zelf proberen om jouw 100 dagen een plaats te geven in het schema. Tegelijkertijd bedenk je natuurlijk ook nog nieuwe ideeën. Nadien probeer je om pesterijen te vervangen door plagerijen. Al moet je zelf bepalen waar de grens ligt. Zorg er ook voor dat er een evenwicht is tussen de dingen die gewoon feestelijk of grappig zijn voor iedereen en de plagerijen.

Wat kan je allemaal doen?

Hier krijg je enkele leuke tradities op een rijtje met telkens inspirerende voorbeelden. Al is het niet verboden om origineler te zijn.

- Laatstejaars verkleden zich:
In sommige scholen is het de traditie dat de laatstejaars een bolhoed en een fluitje hebben. In andere scholen kiezen ze een thema om zich te verkleden: disco, superhelden, sprookjesfiguren, bouwvakkers, cowboys en indianen, fitness, tekenfilmfiguren, kinderprogramma’s, Schotland (Highlandgames), Barbie en Ken, middeleeuwen, …

Als de leraars willen meewerken kan je hen ook de opdracht geven om zich te verkleden als bijvoorbeeld kabouters, in hun vak, personage uit de kerststal, dier, bekende filmfiguur, soepgroente, …).

- De school versieren:
Je kan de school een feestelijk tintje geven door slingers en ballonnen op te hangen, muziek op te zetten, speciale belichting, krijttekeningen op de speelplaats. Denk eraan om achteraf ook een beetje op te ruimen.

- Onthaal van de leerlingen op school:
Je kan de andere leerlingen op school onthalen met een hindernissenparcours, een showke of filmpje, grappige dingen zoals bijvoorbeeld een koe op de speelplaats (maar denk aan het dierenwelzijn!) Je kan ook proberen om samen met de leerlingen
dwaze records breken (vb. met zoveel mogelijk mensen in een oude auto kruipen) of doe absurde sporten (vb. zoveel mogelijk snoepspekken in je mond steken zonder te kauwen) en geef belachelijke prijzen aan de winnaars.

Je kan ook een andere weg opgaan door eerder een beauty en welness-salon te openen voor leerlingen en leerkrachten met massages, schijfjes komkommer op de ogen, …

- Langsgaan bij de klassen:
Veel laatstejaars brengen elke klas een bezoekje zodat iedereen even kan ‘mee genieten’ van de 100 dagen. Je kan ook (met medeweten van de leerkracht) leerkrachten voor 5 minuten ontvoeren en wegroepen en doodleuk de les even overnemen over een dwaas onderwerp. Of je geeft elke leerkracht 5 minuutjes een laatstejaars als schaduw die elke beweging van de leraar nauwkeurig nadoet.

- Middageten met de titularis:
Het is gezellig om ’s middags samen met je titularis een hapje te gaan eten. In kleinere scholen kan het misschien ook met alle laatstejaars samen. Creatievelingen koken zelf en echte durvers dagen hun titularis uit om een hapje te koken. Luieriken gaan naar de plaatselijke frituur.

- Show voor de andere leerlingen:
In veel scholen voeren de laatstejaars een show op voor de andere leerlingen en leerkrachten. Vaak is het de bedoeling om hierbij de leerkrachten een beetje belachelijk te maken. Het probleem is dat dit soms kwetsend is voor leerkrachten en dat zij vaak al 20 jaar dezelfde mop horen. Daarom kan je ook proberen om eerder de leerstof dan de leraar belachelijk te maken (dat is minder persoonlijk). Bedank hen bijvoorbeeld overdreven voor alle onnuttige leerstof die je hebt gekregen. Met de leerstof over de voortplanting van de mossel ben je bijvoorbeeld niet zoveel als je aan de ‘eerste keer’ met je lief begint. Maar je kan ook een originele show in elkaar steken door stukjes van tv-programma’s na te spelen, foute liedjes te playbacken, …

- Ontspannende activiteiten:
Wie wil er op 100 dagen les hebben? Er zijn toch veel leukere activiteiten te verzinnen zoals paintballen, bowlen, karaoke, schaatsen, film, … En dat zijn nog maar enkel klassiekers. Als je een winstgevende fuif hebt kan je deze activiteiten met de opbrengst wat goedkoper maken.

- Een gadget als herinnering:
Alle laatstejaars krijgen een T-shirt met alle namen van de laatstejaars of een goedkoop wit t-shirt waarop je al je vrienden hun handtekening kan laten zetten. Als je verkleed bent, kan je een grappige groepsfoto maken of je maakt een klein fotoboekje met foto’s van de 100 dagen.

Voorkomen is beter dan genezen!

Je kan nooit controleren dat er totaal niets gebeurt. En je kan ook nooit voor iedereen goed doen. Er zijn altijd wel bepaalde personen die over de grens gaan en dingen doen die niet meer leuk zijn. En er zijn ook altijd mensen op school die zich aan alles storen. Maak daarom op voorhand goede afspraken.

Het klinkt misschien vreemd maar eigenlijk kan je best eerst raad vragen aan je directeur. Vraag hem of haar wat er in het verleden al is fout gelopen en zeg dat je daar rekening mee wil houden. Zo toon je goede wil. Als de directeur merkt dat jullie hierover willen nadenken zal je meer gedaan krijgen. Als je de hulp van de school vraagt om alles goed te organiseren word jij ook niet gestraft als er toch iets fout loopt. Jouw directeur is trouwens ook degene die iets kan doen aan die ene leerkracht die toch altijd zal blijven zeuren.

Je kan ook een aantal dingen doen om te voorkomen dat individuen de kans krijgen om jouw feest te verpesten.
- Spreek met de laatstejaars vroeger af op school: de meeste pesterijen van andere leerlingen gebeuren op weg naar school en op straat. Als je het onthaal op de school zelf organiseert kan je grappige dingen doen maar vermijd je ook dat anderen dingen doen die niet meer grappig zijn. Geef toe: als je vroeger kan opstaan om op café te gaan, kan je ook vroeger op school zijn.
- Gebruik bijvoorbeeld enkel confetti (of desnoods slagroom) en geen spullen zoals haarverf en eieren die sporen kunnen achterlaten of hard aankomen. Natuurlijk zal het poetspersoneel niet tevreden zijn als je confetti strooit dus help hen even en/of zorg voor bloemetje.
- Gebruik geen watergeweren, tuinslangen en emmers maar spuitjes. Het principe is hetzelfde maar je bent de volgende dag niet ziek. Je strooit trouwens ook confetti en geen volledige cursusblokken.
- Zorg voor een goed gevuld dagprogramma. Vandalisme gebeurt vooral uit verveling. Zorg er dus voor dat niemand tijd heeft om rond te hangen in of rond de school. Beperk bijvoorbeeld het langsgaan in alle klassen tot een uurtje en doe daarna een activiteit buiten de school of in een apart lokaal. Vertel op voorhand aan de leerkrachten wanneer hun les gestoord zal worden.
- Hou altijd enkele toffe leerkrachten in de buurt en vraag hen zelf om te helpen ingrijpen als er iets fout loopt.
- …

Wil er niemand meewerken?

Vind je op je school niemand die de 100 dagen mee wil organiseren? Blijf niet passief. Maak met enkele laatstejaars of met de leerlingenraad al een plan. Daarna kan je makkelijker mensen aanspreken om aan bepaalde activiteiten mee te werken: een show uitwerken, een thema kiezen om je te verkleden, een onthaal uitwerken, … Zien jouw ideeën er goed uit? Dan vind je makkelijk andere laatstejaars om mee te helpen. Zorg er wel voor dat je bijvoorbeeld enkele mensen kiest als ‘coördinatoren’. Zij behouden het overzicht maar ze bewaken ook dat alle groepjes op tijd hun voorstellen uitwerken.

Ook kan je bepaalde activiteiten per klas organiseren. Dat maakt het al makkelijker. Het heeft geen zin om anderen te dwingen om de 100 dagen te vieren. Wie nergens aan wil meewerken, kan altijd gewoon les volgen. Want de 100 dagen is wat je er zelf van maakt.



Met steun van de Vlaamse Overheid